nlenfrde

1. Wetenschappelijk bewezen: de ernstig schadelijke kant van beschermingsmaatregelen. Dit moet gaat en mee- of tegengewogen worden bij overwegen en aanvragen van een machtiging OTS/UHP.
De beknopte site = https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/wetenschapvoorbeleid ; jammer dat dit in de rapportages van het NJi zo onzichtbaar is gebleven. Is het kind dan niet belangrijker dan de werkgelegenheid? 

2. Ook het gebruik van richtlijnen en risicotaxatielijstjes moet in een meer relativerend daglicht staan, en waar een indicatie blijkt voor een maatregel, dat nog moet om uit de ca. 50% kans naar het optimum van bijna 100% te komen, moet IVRK artikel 24 lid 1 naar eer en geweten gebruikt worden = https://vechtscheidingen.jimdofree.com/wetenschap/richtlijnonzin/ ; eigenlijk moet dat duidelijker bij het NJi tot uiting komen. 

We zien dat dit te weinig gepraktiseerd wordt. Waar het "o zo complex is" voor een jeugdzorgwerker en het blinde team, is hoogwaardig diagnostisch open meten van belang; zeker wanneer ge een valide nulmeting wilt hebben ter controle van de effectiviteit van 'jeugdzorg' tegenover gezondheidszorg dat wel beter voorlicht en keuzes geeft. 

3. Nu ook een onderzoek hoe slecht de rechtsbanken bij jeugdzorgzaken (omgangs-OTS voornamelijk) werken: 

The UK-Parental-Alienation-Study, 2020.
Via https://parentalalienationuk.info/

Paragraaf 4.9 -- Feit: Familierechtbanken zijn niet effectief.
Figuur 4.9 -- Gerechtelijke bevelen worden vaak straffeloos overtreden. Minder dan 1% van de Omgangs-uitvoeringsbevelen wordt daadwerkelijk ten uitvoer gelegd. Veel ouders zeggen dat hun gerechtelijke bevelen 'niet het papier waard zijn waarop ze zijn geschreven'.
 
Bewijs uit de enquête: 
{We houden het kort en gaan direct naar de CONCLUSIE:}:

CONCLUSIES:

(1) Veel te veel kinderen wordt de betrokkenheid van [één van] de ouders gedurende lange tijd ontzegd. (paragraaf 4.1, 4.2, 4.5 in de publicatie).

De beste resultaten voor kinderen zijn wanneer ze hebben gezonde, betekenisvolle relaties met béíde ouders - zelfs als hun ouders zijn gescheiden. Alle kinderen worden getroffen  op één of andere manier als hun ouders uit elkaar gaan {Zie VillaPinedo.nl/ouders }. De meeste kinderen passen zich aan een nieuwe post-separatie aan gezinsleven met de liefde en steun van hun beide ouders en familie.
 
Echter, te veel kinderen worden een liefdevolle, ondersteunende relatie met hun moeder of vader onthouden, weggehouden. ontzegd. Dit is een inbreuk op het recht van het kind op een gezin, op onbezwaarde omgang met beide ouders. Daar wordt het kinderleven i.h.a. gekoesterd door één polariserende ouder.
Kinderen ervaren blijvend verdriet van de langdurige afwezigheid van hun hechtingsfiguren, die later een belangrijke rol in de identiteitsfase moeten spelen - niet alleen hun ouders, maar, breder, heel de  familie ook.
 
Wanneer ze ‘oudervervreemd’ zijn, ontwikkelen kinderen een pathogene afwijking met één ouder. Deze ongezonde relatie wordt bevorderd door de gedrag van een [verzorgende] ouder om hun eigen emotionele behoeften, [vaak wraak en onbewustheid].
 
Verstotende de ouders zijn niet altijd op de hoogte van de gevolgen van hun schadelijke gedrag op hun kind. Kinderen zijn gemanipuleerd om zich wreed te gedragen tegenover een ouder die ze liefhebben, of gemaakt om hun ouder te vrezen... zonder reden. -{Al te vaak stuurt de ‘jeugdzorg/jeugdbescherming’ op escalatie aan, vanwege de subsidiestroom, en de verzorgende ouder voelt zich gestreeld en bevestigd in haar representatie. Het valt op dat G.I.’s weigeren direct de beide ouders een training van Villa Pinedo aan te bieden ter bewustwording, en alle aandachtspunten in het verwerken bij een kind onder de aandacht te brengen, opdat de ‘bedreiging’ uit BW1:255 opgelost kan worden}. 
 
Hoewel kinderen van elke leeftijd kunnen vervreemden, kinderen in de leeftijd van 7-12 jaar zijn meer vatbaar voor het verstotende proces.
‘Oudervervreemde’ kinderen ervaren vaak een leven dat gekenmerkt wordt door conflicten, extreme angst en verdriet, totdat ze opgeven en een veilige, afwezige ouder 'afwijzen'.
Daarbij zijn ze zich meestal niet bewust van waarom ze een niet-verzorgende ouder 'afwijzen', noch zijn ze zich bewust van de gevolgen. -{Kinderen overzien hun latere belangen in ontwikkeling niet}.
 
Soms maken  oudere kinderen, adolescenten en jongvolwassenen weer contact met hun gemiste ouder. Dit gaat vaak gepaard met hoge kosten, ook psychisch. Zij kan de behoefte voelen om de relatie te houden geheim. Als ze zich bewust worden van de leugens en bedrog, ze snijden soms de relatie met hun verstotende ouder af. 

(2) Oudervervreemding heeft ernstige gevolgen voor kinderen, ouders en het hele gezin (paragrafen 4.3, 4.4, 4.6, 4.7).

Wanneer een kind vervreemd is - die hun gehechtheid aan een liefdevolle, zorgzame, ondersteunende ouder werd verhinderd - hun levenskansen zijn verminderd. Er zijn korte-termijn-  en lange-termijn-gevolgen voor hun geestelijke gezondheid en vermogen om gezonde toekomstige relaties te vormen en… onderhouden (niet veel te scheiden met nare gevoelens van dien).
 
Terwijl ze aan het oppervlak lijken te zijn omgaan met het verlies van een liefdevolle, veilige ouder - dit gaat gepaard met een enorme schadelijke, ook psychische,  kostenpost. –{Bij pathogenie bestaat diagnostiek; er moet bewezen worden}. Kinderen mogen boosheid, terugtrekking, agressie, opstandigheid tonen, op een veel hoger niveau dan kinderen die een relatie met beide ouders. Zij kunnen lijden aan schijnaanpassing, depressie, somatische klachten en slaapverstoring. Sommige kinderen laten hun ouders vallen, stelen van hen, maken verbaal misbruik van hen en vernietigen hun eigendommen – als gevolg van ouderverstoting (ook wel PA genoemd).
 
Op de korte termijn, een vervreemd kind onmiddellijke ontwikkelingsbehoeften worden beïnvloed.
Hun vermogen om kritisch denkvermogen te ontwikkelen is aangetast; dit heeft gevolgen voor hun vermogen om rationele oordelen te vellen en te wegen op basis van feiten en persoonlijke gegevens ervaring. Deze impact gaat door in adolescentie en volwassenheid.
 
Op langere termijn hebben jongeren en volwassenen, die waren vervreemd als kinderen, meer kans depressieve stoornissen en psychiatrische omstandigheden te ervaren, substantieel misbruik en moeilijkheden bij het vormen en onderhouden van gezonde relaties. –{Vreemd dat de jeugdzorg (G.I.) dit niet direct leert aan ouders}.
 
Ook de ouders:  
Het niet aanpakken van oudervervreemding leidt ook tot belangrijke gezondheids- en welzijnskwesties voor de getroffen ouders en families. Beide moeders en vaders worden beïnvloed door de disfunctionele relatiedynamiek van psychologisch misbruik en dwangmatige controle, dat de kern ervan vormt. –{Daar weigert de G.I. gewoonlijk còncreet aan te werken, al is het de G.I. (wetenschappelijk) verstrekt – in Nederland }.
 
Het is geen genderspecifieke kwestie. –{In Nederland blijk het wel om ca.  80% moeders te gaan die omgangssaboterend representeren}. 
De impact op het leven is aanzienlijk, met een ernstige aantasting  van het emotionele welzijn, een slechtere fysieke gezondheid en financiële instabiliteit. Er is vaak een overweldigend gevoel van hulpeloosheid.
 
Zelfmoordgedachten en -gedrag zijn tragisch genoeg niet ongewoon. –{Dat vertelt prof.dr.med. Ursula Gresser  toch ook!}. verstotende én de verstoten ouders kunnen een blijvende, levenslange invloed ondervinden. Dit creëert op zijn beurt een maatschappelijke en economische last.

(3) De huidige juridische en sociale processen/mechanismen zijn niet effectief om vervreemding aan te pakken (paragrafen 4.8, 4.9, 4.10).

Oudervervreemding lost zichzelf niet op zonder tussenkomst. Om dat te verwachten, {wat gebruikelijk is bij de Nederlandse G.I.’s}, is zeer ongepast, omdat het meestal de schade vergroot  aan het kind. Het legt een ondraaglijke last op het kind zelf om te handelen, wanneer het kind dat niet de capaciteit of de vrijheid krijgt om dat te doen. 
 
Volgens het jaarlijkse CAFCASS-verslag 2018–2019 (=Jeugdbescherming in het VK [GB] over 2018–’19):  (N = 133.850 kinderen). Een stijging van 5% ten opzichte van het voorgaande jaar.
Familierechtbankadviseurs (FCA's; in NL de RvdK en G.I.) hebben een statutaire zorgplicht om kinderen te beschermen tegen schade, dus bij het vervullen van deze plicht, is het essentieel dat ze bevoegd om dit te doen. -{De RvdK en G.I.’s zijn niet diagnostisch bezig in strijd met het kinderrecht IVRK24 lid 1}.
 
De  indicaties van deze ‘FCA’s/ Rvdk+G.I.’s spelen een vitale rol bij het terugbrengen van stabiele levensnorm aan een kinderleven en het voorkomen van voortdurende blootstelling aan de invloed van schadelijk ouderlijk gedrag. –{Daar gaat het dus mis in Nederland met negatie van de gegeven recente wetenschappen }.
CAFCASS heeft in 2017 zijn Child Impact Assessment Framework (CIAF) ingevoerd om FCA's te helpen vaststellen of een kind plotseling een ouder afwijst vanwege vervreemding, (ongerechtvaardigde afwijzing) of vanwege ander misbruik (gerechtvaardigde vervreemding). –{Deden de Nederlandse  politici of rechters dat maar!  Inhoudelijke vragen  zìjn gesteld!}.
 
Het is van vitaal belang om het verschil te weten. Anders kunnen ze het kind in het ene scenario bij een psychisch beledigende ouder achterlaten of in het andere scenario 'contact' met een beledigende ouder aanmoedigen. –{In Nederland is de vrije rechtsvinding  op te vrij advies van de RvdK te vrij}. 
In beide gevallen staat de toekomstige veiligheid en het welzijn van een kind letterlijk op het spel. 
Het Framework in het VK werd in 2017 geïntroduceerd door de Chief Executive van de organisatie, [RvdK], Sir Anthony Douglas, die verklaarde:
"Oudervervreemding is een volksgezondheidskwestie. Vroege hulp is cruciaal" ...
Volgens een rapport over de vrijheid van informatie, later datzelfde jaar uitgevoerd, valt op: minder dan 2% van de Familierechtbankadviseurs (RvdK+G.I.’s) had Sir Anthony’s oudervervreemding-training-webinar gevolgd of kennis genomen. Toen hij werd ondervraagd op een gefilmde conferentie, legde hij uit dat ze het te druk hadden gehad met ‘werken met gezinnen’. –{Zo blijft de oude, onwetenschappelijke cultuur bestaan! Zeker zo in Nederland}. 
 
Sir Anthony verklaarde categorisch dat alle Cafcass-Familierechtbankadviseurs (RvdK/G.I.’s in NL) zouden worden 'gemandateerd' om deze vitale training te ondernemen.    
Snel vooruit naar februari 2020 en een nieuwe aanvraag voor vrijheid van informatie onthult dat bijna vier op de tien (39%) van de Familierechtbankadviseurs (RvdK/G.I.) hebben nog steeds niet een kritische training oudervervreemding gevolgd [of begrepen].
 
Dit betekent dat er honderden FCA’s zijn die werken voor familierechtbanken, die niet volledig  begrijpen hoe schadelijk en contra-intuïtief oudervervreemding is. Veel vooraanstaande  kinderpsychologen  hebben “Sectie 7 rapporten” bekeken die weerlegde bevindingen van vervreemding/verstoting - ondanks significant bewijs van het tegendeel.
We moeten ons afvragen hoe het mogelijk is om een geloofwaardige rechtsvinding te tonen - een waarachtigheid die de toekomst van een kind ernstig kan beïnvloeden - als het, zoals in sommige gevallen, duidelijk is dat sommige FCA's niet echt geloven in ouderverstoting {of het niet wìllen weten, mogelijk vanwege financiële ‘perverse prikkel’ waar kinderombudsman Marc Dullaert  het over had in diens rapport in 2013, op pagina 93}.
 
Ze accepteren niet het openbaar gemaakte beleid van hun eigen CEO/bestuur/teamleider. In elke particuliere organisatie zou een dergelijk scenario ondenkbaar zijn. Degenen die het voorbeeld van hun CEO/teamleider niet volgen, zouden gedwongen worden om zich te schikken of het pand te verlaten. Er is een minimaal gevolg van legitieme klachten, als die er al is. Geen enkele latere meting van de validiteit van hun adviserende beslissingen [tegen ook IVRK25]. Ze sluiten de zaak en ga verder. En de rechters geloven in het advies. 
 
Het probleem is dat het verstotend kind niet gezond verder kan. Ze blijven een psychologische gijzelaar aan de [omgangssaboterende] verstotende ouder en jaren van hun kindertijd is feitelijk gestolen, weg van hun andere vertrouwde ouder en heel de familie. Achter het gedrag van een verstotende ouder zijn vaak onopgeloste psychologische kwesties, trauma of misbruik. Ze hebben een angst voor, en zijn veroorzaakt door, bijv. verlating en afwijzing.
 
Kinderen zijn meestal niet in staat om te handelen tegen een ouder die zo verontrustend is. Ze zijn meestal acuut afgestemd op de emotionele gevoelens en behoeften van die ouder.  Opgroeienden voelen zich verantwoordelijk voor de emotionele toestand van hun moeder of vader. Ze vrezen het verdriet van hun ouders, het verdriet van hun ouders, ongenoegen of boosheid, en moeten zich op een bepaalde manier gedragen om dat te minimaliseren. Uiteindelijk zijn ze bang voor de terugtrekking van de liefde van deze ouder.
 
Vroegtijdige interventie is essentieel. De focus van elke interventie is om het kind snel te herenigen met hun afwezige ouder en om de verstotende ouders hun onderliggende psychologische nood op te lossen. Dit wordt echter zelden aangepakt binnen het huidige systeem in het Verenigd Koninkrijk en [al helemaal niet in] Nederland.
 
De lengte van de tijd sinds het kind voor het laatst gezien heeft hun 'afwezige' ouder is kritisch. Scheiding van de ouder en het kind wordt gestimuleerd door herhaaldelijke frustratie/omgangssabotage van omgangs- of kinderregelingen, waaronder seriematige inbreuken op gerechtelijke bevelen.
 
Valse beschuldigingen van huiselijk geweld en kindermisbruik frustreren ook het doel van de omgangs-OTS, het verstoren van ouder-kind-tijd terwijl het veiligstellen met de onderzoeken uitgevoerd wordt.
 
Veel ouders in het Verenigd Koninkrijk en Nederland ook hebben het vertrouwen in de sociaal-juridische mechanismen ter ondersteuning van ze gemist. De bestaande systemen zijn niet voldoende, weerspiegelen de complexiteit en dynamiek die bestaan in de PvA niet. In Engeland en Wales zijn er is een vereiste om de bemiddeling vooraf te onderzoeken voor een aanvraag in te dienen bij de rechtbank. Bemiddeling/mediation is meestal ineffectief wanneer er onopgeloste psychologische problemen voor één ouder voordoen.
 
Deze tragische gevallen vragen om robuuste en tijdige gerechtelijk beheer (en degelijker voorlichting}.
 
Veel ouders investeren tientallen of zelfs honderden duizenden ponden/euro’s  in een poging om hun ouderverantwoordelijkheden en het beschermen van hun ontvankelijke kinderen. Huidige processen, kosten en termijnen van de familierechtbank voldoen niet aan de behoeften bij verstotende kinderen. Handhaving bij niet-naleving is vrijwel niet gepraktiseerd en de jeugdbescherming berust in zelfgenoegzaamheid van degenen die verondersteld worden om te voldoen aan gerechtelijke bevelen –{die op diagnostische grond geadviseerd dienen te zijn conform IVRK24 lid 1}.
 
Het risico van ernstig psychisch letsel bij kinderen lijkt niet goed te worden meegenomen in beslissingen over de naleving van orders en de handhaving ervan.

Oudervreemding kan en mag  niet doorgaan, niet in de laatste plaats omdat onze rechtbanken momenteel ernstig tekortschieten in hun wettelijke plicht. Om dit probleem effectief aan te pakken, is het dringend noodzakelijk: 

  1. Opname van ouderverstoting in de nieuwe wet inzake huiselijk geweld {ook voor Nederland};
  2. Vroegtijdige diagnose van verstoting wanneer verwezen wordt naar een privaatrechtelijke toepassing {conform kinderrecht IVRK24 lid 1, om dit eindelijk te erkennen als cruciaal kinderrecht};
  3. Gekwalificeerde en ervaren [beroepsgeregistreerde, zoals BIG-arts/psych., NVO orthpedagogie, NIP-] specialisten op het gebied van ouderverstoting en andere vormen van misbruik die het verschil tussen de ongerechtvaardigde afwijzing en de gerechtvaardigde afwijzing kunnen vaststellen {en dan het meest optimale hulptraject daarna};
  4. Gerechtelijke bevelen die de eerste keer ten uitvoer worden gelegd {en die bij IVRK25 als evaluatie zwart op wit gecontroleerd dienen te worden; de G.I. heeft er een handje van die niet of laks uit te voeren, wat vaak in verlengingsverzoeken tot uiting komt}; 
  5. Degenen die valse beschuldigingen uiten over enige soort van misbruik ter verantwoording roepen met diagnostische controle {Dat is goedkoper dan jarenlang verlengen van dure beschermingsmaatregelen}. 
We moeten een bereidheid zien van de rechtbanken om op te treden bij ouderverstoting (ook gebezigd door de jeugdbeschermingsketen} met de dezelfde rechtsvinding conform kinderrecht IVRK art. 24 lid 1 om het kind te beschermen als bij elke andere vorm van [‘institutioneel] kindermisbruik’. Diagnosticeren kàn! Degelijk voorlichten kàn. 

Dit rapport kan aangevraagd worden via de site https://parentalalienationuk.info/ 
 
[1]:     41% van de omgangs-OTS-ouders heeft hun kind korter van 4 maanden niet gezien (dus 59% zag het kind langer niet), tegenover gescheiden ouders zonder rechterlijke OTS: 43% tegenover 57%, wat ook slecht is: 
 

[2]:   Aanpak van omgangssabotage door de verstoten ouder, waarbij belachelijk veel ouders de rechter en deskundigen nodig hebben:

 
 

VOORLICHTING met keuzes kan een gezin beter sturen dan dwangzorg, ook volgens prof.dr. Carlo Schuengel
Waar het meten in de jeugdbescherming nauwelijks de 40% juist haalt, en dan met de wetenschap dat de rechtbank in zeer vrije rechtsvinding ook nog eens gokt op het juistheidsgehalte van wat de spil, de jeugdzorgwerker wìl èn kàn inbrengen in het team dat het cliëntsysteem niet zelf onderzoekt, dan weet ge dat het waarschuwingsbord dat prof.dr. G.J. Wiarda neerzette bij die vrije rechtsvinding, te veel kans heeft ongegrond en ongecontroleerd voorbij te gaan, tot schade aan kinderen (uit wetenschappelijke onderzoeken: drie op de vier jeugdzorgkinderen die niet de passende hulptrajecten verkrijgen met hun ouders). 
 
Bron:    Tj.W. Strubbe 
Adoptiezaken(-zorg) & Familierecht - AZF  (voorheen SSF)